T: Rob Chrispijn
M: Herman van Veen




Dovemansoren
jaar: 1977

Voor dovemansoren
is een honderd watt versterker
nog te zwak om te horen,
dat iemand om hulp roept.
M'n knieŽn knikken,
m'n handen jeuken,
m'n hart bonst in mijn keel
'k heb weinig oren
en m'n tong verloren
met lede ogen
zie ik groen en geel.
En de specialist,
bij wie ik klaag
over een knagend gevoel in de maag
wil me rauwe andijvie laten eten.
M'n knieŽn knikken
m'n handen jeuken
maar hij zegt,
dat ik ze dicht mag knijpen
ik kan hem niet volgen
laat staan begrijpen
maar ik zwijg beleefd.
Nu heet ie 't
over de derde wereld
alsof hij
ze zelf genummerd heeft.
En ik weet 't wel
ik moet een kerel zijn
zo iemand die zich nooit laat gaan
maar zich met zelfspot wapent tegen pijn.
Hier is een half woord
voor een goed verstaander
ik heb niets verstaan
dus ik knik maar ja,
begrijp mijn positie
begrijp de gevolgen
er is veel te veel begrip,
begrijp 't, begrijp me
begrijpen kost niets.
Je maakt wat woorden vuil
en je bent van alles af.
Op 't gevaar af
de mensen voor het hoofd te stoten
blijf ik hier zitten
tot iemand mij ziet
ik ben bang voor soldaten
ik ben bang in het donker
het is veel en veel te zwart
ik ben bang om te vallen
't leven is hard
'k heb zo'n behoefte aan een positief geluid.





verschenen op:

Overblijven (1977)
Brons (1980)